Verslag waardeketengesprek “Bouwen met heidewol”

Verslag waardeketengesprek “Bouwen met heidewol”
15 maart 2015 Jetze

Half maart 2015 stond Bovenkamer van Groningen in het teken van het evenement ‘Bouwen met heidewol’ .
Het evenement was georganiseerd door House of Design in samenwerking met de Herders van Balloo in het kader van het Praktijknetwerk ‘Zwoele Drentse vachten’. Tijdens het evenement konden bezoekers op allerlei manieren kennismaken met de bijzondere wol.
Een van de hoogtepunten was het zogenaamde Waardeketengesprek, een symposium dat plaatsvond op 14 maart 2015.
Hieronder volgt en verslag van de diverse bijdragen die eraan zijn geleverd.

Introductie
Wat is een waardeketen? Het begrip waardeketen is een bedrijfskundig concept dat gaat over de activiteiten, die met elkaar in verband staan in relatie tot een productieketen. Het begrip zegt, dat de samenhang van de activiteiten als geheel aan een product meer toegevoegde waarde kan geven dan de som van de losse onderdelen, als je er strategisch mee omgaat (Potter, 1985).

Regeling LNV subsidies Praktijknetwerken 2013
Aanvraagnummer 4090011662652
Hoofdaanvrager Herders van Balloo www.herdersvanballoo.nl
Projectbegeleider Monica Commandeur monica.commandeur@viagroen.nl
Uitvoering: House of Design
Gespreksleiding: Eileen Blackmore
Notulen: Rianne Drenth www.houseofdesign.nl

Eileen Blackmore, oprichter van House of Design, heeft een manier ontwikkeld om de samenhang tussen de ketenonderdelen begrijpelijk te maken door ze met elkaar in contact te brengen: het waardeketengesprek. Die methode heeft zij ingezet op het symposium om de kennisdeling te bevorderen over de verwerkingsmogelijkheden wol van heideschapen tussen de productiesectoren.

Voor het symposium waren er mensen speciaal uitgenodigd uit verschillende schakels van de keten van de productie en verwerking van heidewol, alsmede mensen uit de sfeer van architectuur, interieurarchitectuur en design, om samen te onderzoeken hoe de het creëren van meer toegevoegde waarde kan worden bevorderd. Als voorbereiding had Eileen specifieke vragen opgesteld voor elk van de speciale genodigden, die de leidraad vormden voor het gesprek.

Het waardeketengesprek verbond de visies van Staatsbosbeheer naar schaapscheerder, herder, spinster, breister naar meubelontwerper, interieur architect, grafisch- en productontwerpster, lector biopolymeren, kunstenaar digitale fabricage met 3D-printing, een beehive community-lid tot eigenaar van flexibele en experimentele panden. Door deze complete keten, beginnend bij grondstof tot aan de eindgebruikers, bij langs te lopen, is er kennis tussen de partijen gedeeld.

Openingspresentaties

Han Brezet, hoogleraar ontwerpen voor duurzaamheid (DfS), TU Delft, hield voorafgaand aan het waardeketengesprek een lezing over de uitdagingen voor ontwerpers om duurzame producten en concepten te ontwerpen. Als inspiratie voor de mogelijkheden hierbij voor wol, ging prof. Brezet uitgebreid in op het onderzoek van een van zijn voormalige promovendi, Ana Mestre. Zij deed onderzoek naar duurzame en hoogwaardige toepassingsmogelijkheden voor kurk – als alternatief voor de flesafsluiter. Tijdens haar onderzoek wist Ana Mestre het imago van het product kurk sterk te verbeteren. Haar proefschrift (2014) was getiteld ‘Kurkontwerp: een ontwerpbenadering van actieve inmenging op zoek naar duurzame productinnovatie ‘ (‘Cork Design: A Design Action Intervention Approach Towards Sustainable Product Innovation’ ).

Kurk is een natuurlijke, herbruikbare, niet-giftige, en hernieuwbare hulpbron, die wordt gewonnen uit de schors van de kurkeik in het kurkeikenbos (montado) van het Middellandse Zeegebied. Bij de studie had Ana Mestre multidisciplinaire groepen betrokken met inbegrip van productontwerpers, de industrie, kurk deskundigen en de academische wereld. De studie bestond uit het aanjagen van duurzame productinnovatie in de Portugese kurksector, door middel van zogenaamd actieonderzoek. Het voornaamste deel van de studie werd uitgevoerd in Portugal; de thuisbasis van ’s werelds grootste kurkeik bossen, aangevuld met onderdelen in Nederland, alsmede met tentoonstellingen over de hele wereld, waaronder de Verenigde Staten, Brazilië, Japan, Italië en Engeland.

Naast haar promotieonderzoek was Ana Mestre ook al direct professioneel ontwerper geworden. Zij heeft direct een bedrijf opgericht, een eigen merk (‘corque design’) gedeponeerd en diverse nieuwe toepassingsmogelijkheden ontworpen. Daarbij lette zij steeds op de goede bescherming van haar intellectuele eigendommen. Haar producten staan regelmatig op belangrijke tentoonstellingen.

Monica Commandeur, projectleider van praktijknetwerk ‘Zwoele Drentse Vachten’ presenteerde achtergrond informatie over het praktijknetwerk.

Een Praktijknetwerk is een project om kennis uit te wisselen. Het initiatief gaat uit van een groep landbouwondernemers met een onafhankelijk projectleider. Kennis wordt uitgewisseld met anderen; m.n. uit andere sectoren. Van daaruit wil het netwerk komen tot concrete ideeën voor innovatie.

Het Praktijknetwerk ‘Zwoele Drentse vachten’ zoekt ideeën voor innovaties in de verwerking van de vachten van heideschapen – met als voorbeeld Drents heideschaap, om zo te komen tot een meer hoogwaardiger benutting van het specifieke product. Op dit moment varieert de waardering van heidewol sterk van zeer laag tot zeer hoog. Het netwerk zoekt naar meer hoge waardering, vooral in de verwerking van het gesponnen garen van de wol, en in de aansluiting bij de sfeer “buiten is het nieuwe binnen”. Denk hierbij aan de bestemming als bekleding in een goed geventileerde omgeving in de moderne architectuur, interieurarchitectuur, stoffendesign, overkleding, etc.

  • De strategische keuzes van het Praktijknetwerk ‘Zwoele Drentse vachten’ zijn gericht op:
  • Schapen fokken op vachtkwaliteit;
  • Goed scheren en vachten individueel sorteren;
  • Versterking van de kennis van handnijverheid: kaarden, spinnen, twijnen, breien, haken, spannen, weven, patroonontwerpen, etc.;
  • Opnieuw bundelen van internationale kennis van machinaal-mechanische verwerking;
  • Intensivering van de samenwerken met de (interieur)architectuur- en designsector.

Het waardeketengesprek

Voor het waardeketengesprek namen de volgende genodigden plaats:

  • Wolter Winter, Staatsbosbeheer, verantwoordelijk voor het Drentse Aa gebied;
  • Marianne Duinkerken, Herders van Balloo, schaapskooi Balloo bij Rolde;
  • Ype van der Woude, schaapscheerder, Oentsjerk;
  • Pimmie Schoorl, beeldend kunstenaar en expert in spintechnieken;
  • Jenny de Graaf-Schaap, expert in kwaliteitsbreiwerken o.b.v. traditionele patronen;
  • Grietje Hartman en José de Bruin, sieraden kunstenaars;
  • Gerard de Hoop product ontwerper, m.n. van frames (niet persoonlijk aanwezig);
  • Hester Buunk, interieurarchitect;
  • Lisa Sportel, grafisch- en productontwerper;
  • Jan Jager, lector duurzame kunststoffen, Stenden Hogeschool;
  • Marleen Andela, ontwerper digitale fabricage;
  • Joke Lunsing, docente communicatie & multimedia ontwerp NHL (ook: beehive community);
  • Zwaan Ipema, Gronings kunstenaarsinitiatief NP3 en MOBI.

Wolter Winter – Staatsbosbeheer
Wolter Winter van Staatsbosbeheer vertelt over de verantwoordelijkheden van Staatsbosbeheer in het gebied van het Drents heideschaap, het Balloërveld. Staatsbosbeheer beheert natuur en stukken land die natuurhistorie in zich hebben. Het Balloërveld, waarin Marianne Duinkerken haar Drentse heideschapen hoedt, is hiervan onderdeel. Dit gebied is onderdeel van een plan om de open stille heide terug te laten keren in het Nederlandse landschap. Daarnaast wil Staatsbosbeheer het Balloërveld meer integreren met de omliggende gronden. De schapenkudde speelt een onmisbare rol op het Balloërveld. Het heidelandschap is erg bewerkelijk: wanneer het niet open gehouden wordt zou de hele heide op termijn dichtgroeien. De schapen begrazen de heide, ze zijn als natuurlijke grasmaaiers. Daarnaast wordt de mest van de schapen gebruikt om de esvelden te bemesten; dat zijn oude akkers die van oudsher met vaste mest zijn opgehoogd.

Op het Balloërveld wordt verschralingsbeheer toegepast door beplanting machinaal te verwijderen (kappen en maaien). Het materiaal dat hierbij van de heide wordt afgehaald, wordt benut door lokale boeren. Het wordt op de landbouwgronden verspreid. Dit komt de kwaliteit van deze gronden ten goede. Op deze manier hebben de boeren de mogelijkheid om zelf minder meststoffen te gebruiken.

Een andere doelstelling van Staatsbosbeheer is het economisch benutten van natuurproducten. Ook op het Balloërveld wordt dit gedaan. Zo worden er bijen gehouden op de heide, en worden er sinds kort eierdoosjes gemaakt van het gemaaide gras.

Marianne Duinkerken – Herders van Balloo
Het Drents heideschaap komt vanaf 4000 jaar voor Christus in Drenthe voor. Al zeer lang is de wol van deze schapen een industrieel materiaal: zo werden er in de Middeleeuwen bijvoorbeeld zeilen voor boten gemaakt van de wol. Marianne Duinkerken verzorgt met haar kudde de beweiding van het Balloërveld in opdracht van Staatsbosbeheer. Haar kudde van Drents heideschapen telt op dit moment zo’n 1300 tot 1400 schapen. In weer en wind is zij het hele jaar zes dagen per week met de schapen te vinden op de heide.

Marianne geeft aan als herderin een grote verantwoordelijkheid te hebben over de kudde, en dit neemt ze dan ook zeer serieus. De kwaliteit van de vacht van de schapen, hangt volgens haar in grote mate af van de levensvreugde van de schapen. Als de schapen goed verzorgd worden, kun je dit terugzien in de vachtkwaliteit. Dit vind Marianne fascinerend. Eén keer per jaar als de schapen zijn geschoren, krijgt zij als eigenaar een mooie vacht terug voor al het werk dat ze in de schapenhoederij steekt. Dit is volgens haar de enige erkenning die ze van haar dieren hiervoor krijgt. Van de schapen zelf zal ze geen erkenning krijgen, vind ze. Naast de zo goed mogelijke verzorging van de kudde, geeft Marianne aan dat het doelgericht erop fokken, ook bijdraagt aan de kwaliteit van de vachten.

Marianne vindt het erg zonde dat de vraag naar wol van het heideschaap de laatste jaren zo erg is verminderd. Het is voor haar moeilijk om te bepalen, hoe dit precies komt. Wel is zeker dat de komst van kunstvezels hierin een belangrijke rol heeft gespeeld. Daarnaast zijn er meer producten die vervangend zijn voor wol, zoals fleece. Deze producten hebben allemaal een aanzienlijk lagere kostprijs. Verkoopbevordering speelt een grote rol. Prijs, reclame en imago zijn allemaal sterk bepalende factoren in het koopgedrag van consumenten. Desondanks vraagt Marianne zich af, waarom je in vredesnaam fleece zou willen dragen als je ook wol kan dragen.

Marianne ziet wel een lichtpuntje. De beeldvorming rondom Drentse heidewol is volgens haar langzaam aan het veranderen. Er is een nieuwe blik op het product. Vroeger werd wol gezien als erg waardevol, maar omdat het verdrongen is door de komst van kunstvezels, is dat nu niet meer zo zeer het geval.

Ype van der Woude – schaapscheerder
Ype van der Woude is schaapscheerder en scheert onder andere de Drentse heideschapen van de Herders van Balloo. Per seizoen scheert hij zo’n 5000 tot 6000 schapen. Hij zit al een groot aantal jaren in het vak en merkt dat door de jaren heen de kwaliteit van de wol verbeterd is.

De kwaliteit van de vacht is afhankelijk van meerdere factoren. De kwaliteitsverbetering van de afgelopen jaren heeft volgens Ype onder andere te maken met het verbeterde voedselaanbod. Daarnaast heeft vocht een groot effect op de vachten. Strenge winters, zachte winters, klimaatveranderingen, hebben allemaal invloed op de vacht. Daarnaast is een goede conditie van de schapen een vereiste voor een kwalitatief goede vacht. Hier heeft de herder een groot aandeel in.

Volgens Ype is wol een problematisch product omdat het scheren van de schapen vaak meer kost dan wat de vacht uiteindelijk opbrengt.

Bij het scheren past Ype het Nieuw-Zeelandse scheersysteem toe. Dit houdt in dat je het schaap in zo min mogelijk slagen scheert. Het mes moet op de huid blijven en je moet er voor zorgen dat je niet uitschiet, anders verknal je de wolvezel. Ook is het belangrijk om op de schone vlonder te blijven en het scheren zo snel mogelijk te laten gebeuren. Er treedt waardevermindering van de vezel op, als je van de vlonder afgaat, want dan wordt de vacht vuil. Ook is het voor het schaap het prettigste als het scheren zo snel mogelijk gebeurt.

Ype zegt dat er onder veel schapenscheerders een stuk onkunde bestaat. Sommigen scheren enkel voor de prullenbak. Dit is erg zonde, omdat zo een mooie vacht verloren kan gaan.

Pimmie Schoorl – beeldend kunstenaar en expert in spinnen
Pimmie Schoorl werkt veel met wol van het Drents heideschaap. Ze geeft aan dat je als spinster eigenlijk de schapenscheerder moet opvoeden. Hij is degene die er verantwoordelijk voor is dat de vacht op de best mogelijke manier van het schaap af komt.
Volgens Pimmie is het belangrijk dat de scheerder de vacht zo veel mogelijk in de vorm van het schaap afhaalt, en deze ook zo verpakt wordt. Het vergemakkelijkt het spinnen, wanneer er goed geschoren wordt.

Net als Ype geeft Pimmie aan dat sommige scheerders enkel scheren om de schapen van de vacht te ontdoen; de vacht wordt daarna weggedaan. Ze vindt dit frustrerend omdat een vacht, die anders verder verwerkt zou kunnen worden, verloren gaat. Er is volgens haar een verschil tussen schapenscheerders en mensen die schapen scheren, d.w.z. mensen met oog voor het dierenwelzijn en de vachtkwaliteit en mensen die alleen maar vaardig zijn in het eraf halen van de vacht.

Het spinnen van garen is een kwestie van techniek. Het ligt aan de vezel die je voorhanden hebt, wat voor draad je krijgt. Grove vezels worden dikke draden, en fijne vezels worden dunne draden. Bij een dunne draad moet je vooraf meer voorbereiding treffen, en bij een dikke draad ben je juist langer bezig met het spinnen zelf.

Jenny de Graaf-Schaap – expert in breien op basis van traditionele patronen
Jenny de Graaf-Schaap breit al vier jaar bij de herders van Balloo. Deze samenwerking is tot stand gekomen omdat Jenny nergens wol kon krijgen, behalve bij de Herders van Balloo. Na een bezoekje aan het wolatelier was ze volgens haar zeggen besmet met het “wolvirus”.

De draad van het wol van het Drents heideschaap is erg ruig en robuust. Jenny is op dit moment bezig met het breien van patronen van visserstruien. Ook vissteken zouden een optie kunnen zijn.

Jenny wordt enthousiast van het idee om een groot wandkleed met een patroon te breien. Ze beseft dat zoiets dan wel in verschillende banen gebreid moeten worden. Hierbij blijft het wel één geheel. Ze denkt dat haar breiwerk op dit moment bijv. niet geschikt is als stoelzitting, omdat het veel rekt. Het lijkt haar interessant om eens te onderzoeken of dit op een bepaalde manier wel mogelijk is, bijvoorbeeld misschien door het breiwerk te combineren met andere materialen zoals vlas en linnen.

Grietje Hartman en José de Bruin- Sieraden kunstenaars
Grietje Hartman en José de Bruin maken sieraden van wol. Met breien kan je een heleboel kanten op; het breien van sieraden is dus ook een mogelijkheid. Zij maken unieke sieraden, die als zodanig te dragen zijn, maar zo zijn ze niet per se bedoeld. Een project dat zij hebben gaat over halssieraden met jeugdherinneringen. Deze halssieraden vertellen allemaal een herinnering. Het project bestaat uit verschillende onderdelen en is geïnspireerd op familie. Grietje en José waren al bezig met vilt en wol en droegen al zelfgemaakte kleding. Het idee achter de sieraden is het omzetten van het gevoel van deze kleding naar een halsketting. Verder zit er een foto en een verhaal bij elk sierraad.

Bij het maken van hun sieraden kiezen Grietje en José niet specifiek voor het materiaal van de Drents heideschaap, maar het gebruik ervan is goed bevallen. Volgens hen voegt het materiaal iets toe en heeft het een zeer mooi karakter. In een ander project werken de kunstenaars met oude ansichtkaarten. De kleuren, en het gevoel dat die kaarten bij hen oproepen, vinden ze terug in de Drentse heidewol.

Gerard de Hoop- product ontwerper van frames 
De bijdrage van Gerard de Hoop wordt ingebracht door de gespreksleider, Eileen Blackmore. Gerard de Hoop is productontwerper. Hij is bij zijn werk vooral gericht op externe productie. Gerard is vanuit het House of Design project ‘Vakmanschap van de 21ste eeuw’ de samenwerking met herderin Marianne Duinkerken aangegaan.

Tot voor kort had Gerard in zijn ontwerpen nog niet met wol gewerkt. Nu is hij geïnspireerd om dit wel te doen – en vooral de wol van het Drents heideschaap spreekt hem erg aan. Het onbekende van de wol trok hem aan om met de wol te gaan werken. Hij heeft verschillende ideeën over ontwerpen waarin heidewol een centrale rol speelt.

Daarnaast wil Gerard de unieke kenmerken van het Balloërveld verwerken in zijn ontwerpen, zoals de aanwezige grafheuvels. Op dit moment werkt hij samen met een breister aan de uitwerking van zijn ontwerpen.

Hesther Buunk – interieurarchitect
Hesther Buunk is interieurarchitect. Daarnaast houdt ze zich bezig met de aan- en verbouw van gebouwen. Wol zou best toegepast kunnen worden in architectuur. Op dit moment gebruikt Hesther vaak wol voor een goede akoestiek. De absorberende eigenschap van wol zorgt ervoor dat het materiaal hier uiterst geschikt voor is. Wandpanelen worden bekleed met wol. Als er weinig budget is, kan wol ook worden ingezet.
In het ontwerp-proces, wordt het beeld bepaald door een idee. Pas later zoeken Grietje en José het materiaal dat hier het beste bij past bij. Ze geven aan dat ze als beeldend kunstenaar vaak uitgaan van hun eigen idee. Dit werkt voor hen gemakkelijker en natuurlijker.

Hesther geeft aan niet zozeer gebruik te maken van gebreide technieken. Ze is van mening dat, om wol echt door te laten breken in de interieurarchitectuur, je jonge ontwerpers hiermee moet laten werken, het liefste op Europees niveau. Je moet de wol niet enkel breien, maar ook vilten. Zo zijn er nog meer toepassingen mee mogelijk. Waarschijnlijk moet wol wel gemengd worden met andere materialen, om de uitvoering van het ontwerp sterker te maken.

Lisa Sportel – grafisch ontwerpster
Lisa Sportel is een grafisch ontwerpster, ze ontwerpt in 2D en denkt in 3D. Ze geeft aan al een tijdje besmet te zijn met het wolvirus. Haar moeder heeft Lisa leren spinnen. Daarna is ze, na het kopen van wol, zelf aan het vilten geslagen. Naar eigen zeggen is ze ‘groots fan’ van het materiaal. Een project van haar hand is een kleed gemaakt van gerecycled papier. Oorspronkelijk was het idee om een kleed te maken met vilt, zodat het een geluidsabsorberend zou zijn geworden. Hier was helaas geen geld voor. Vandaar dat ze wat anders verzon.

Lisa wil graag meerdere ambachten bij elkaar brengen. Ze is nu van plan om wol te combineren met macramé (een knooptechniek). Hierdoor zou je een soort wollen kant kunnen krijgen. Deze techniek wil ze graag ontwikkelen en doet hier nu studies naar. Graag gaat ze met de breisters en spinsters in gesprek om hun kennis hierbij te gebruiken.

Jan Jager – Lector Stenden Hogeschool
Jan Jager is lector en polychemicus. Hij heeft gewerkt met bioplastic; dat is plastic dat niet van aardolie is gemaakt maar van zetmeel. Nu houdt hij zich ook bezig met het maken van plastic van bijvoorbeeld tomaten en paprika’s.
Daarnaast is Jan bezig met synthetisch materiaal. Zelf vind hij het niet eerlijk om synthetica zoals nylon en polyester te vergelijken met wol. Dat is appels en peren vergelijken. Het spinnen van wol gaat vele malen langzamer, dan het verwerken van nylon of polyester.

Jan merkt op dat er op dit moment een interesse is om biogarens te maken. Wol is een prachtig hernieuwbaar materiaal en zou hier eventueel gebruikt voor kunnen worden. Stenden is ook bezig om eendenkroos te gebruiken, om hier biogarens van te spinnen.

Verder vertelt Jan over de solarboat challenge. Voor deze bootrace is een boot met zonnepanelen gemaakt van biocomposiet, met vezels van vlas in combinatie met biohars. Het is een wild idee om een boot te maken van wol. Hij veronderstelt dat je wol zou kunnen combineren met biohars om dit tot werkelijkheid te maken. In de boot zou wol verwerkt kunnen worden als versterkingsmateriaal. Op dit moment worden er vooral natuurlijke, plantaardige vezels gebruikt, maar je zou wellicht ook dierlijke vezels kunnen gebruiken. Hier is nog weinig onderzoek naar gedaan. Zelf denkt Jan dat dit een mogelijkheid kan zijn, ook denkt hij dat een stoel van wol niet uitgesloten moet worden.

Marleen Andela – ontwerpster van digitale fabricage
Marleen Andela is ontwerpster van digitale fabricage. Digitale fabricage is het gebruik van digitale hulpmiddelen in de productieomgeving met als doel om de informatie zo lang mogelijk digitaal te houden bij de constructie van het product. Ze werkt met 3D printers en vind dit zelf erg fijn werken. Je kan met de 3D print techniek een idee snel even uittesten. Door het knutselen kan je gemakkelijk zaken aanpassen aan je ontwerp en hierdoor snel innoveren. Marleen ziet een combinatie tussen biopolymeren en wol wel voor zich. Je zou de materialen volgens haar in de constructie kunnen combineren. Zulke ideeën kan ze meteen uittesten op haar 3D printer.

Ook zogenaamde digitale fabricatie laboratoria (fablabs) zouden kunnen gaan werken met wol. Fablabs zijn ontwerp-werkplaatsen, die zoveel mogelijk gebruik maken van digitaal-technologische kennisontwikkeling. Het voordeel van deze digitale fabricatieplekken is dat je hier ook snel kan innoveren doordat er gebruik wordt gemaakt van digitale gereedschappen. Daarnaast is deze manier van onderzoeken en testen goedkoop. Marleen is in verschillende fablabs in heel Europa geweest. Ze zegt dat er in goede labs een niet-hiërarchische sfeer heerst. De labs zijn onder andere ontstaan als reactie op de verzuiling in de wetenschap. Door het delen van kennis met anderen ontstaan interessante samenwerkingen. Je horizon wordt hierdoor verbreed. In de fablabs vind je vaak oude en nieuwe technieken in één ruimte. Hier ontmoeten mensen elkaar om samen iets te maken. 11

Joke Lunsing – docente communicatie & multimedia ontwerp
Joke Lunsing is bezig met het ontwikkelen van een gevilte bijenkorf (felten beehive) rondom een koepelkas. In november van 2014 heeft ze met twee anderen een koepelkas gekocht. Deze kas heeft een geodetische koepelvorm; d.w.z.: door de speciale constructie kan de koepel zeer licht kan worden uitgevoerd. Op dit moment kan zo’n kas ongeveer 10 jaar mee. Joke hoopt dat de levensduur in de toekomst verlengd kan worden tot 100 jaar. Joke haalde de kas in huis om hier een project mee op te zetten. Samen met een stel studenten is ze aan het fantaseren geslagen over de mogelijkheden. Ze zijn nu bezig met het vilten van driehoeken, die op de koepelkas geplaatst worden. Dit is een erg laagdrempelig project. Verder wilt ze na gaan denken over wat voor nieuwe bouwmethoden er toegepast kunnen worden met wol, met betrekking tot de koepelkas. Op het festival Welcome to the village (juli 2015) zal de koepelkas gepresenteerd worden. Joke vindt festivals bij uitstek geschikt om zulke projecten te presenteren omdat festivals vaak mensen trekken die zeer geïnteresseerd zijn in nieuwe dingen en innovatie. Daarnaast zijn festivals geschikt om de bezoeker te betrekken bij de ontwerpen en het maakproces. Wat normaal achter de schermen gebeurt, kan je dan laten zien.

Joke heeft ook met basisscholen samengewerkt, ze merkt hierbij op dat de kinderen erg enthousiast worden van vilt. Ze hebben geen handenarbeid meer op school, maar zijn hier wel in geïnteresseerd. Ze hebben geen neiging tot negatieve beeldvorming bij wol of bijvoorbeeld origami.

Daarnaast is Joke lid van de beehive community; een internationaal netwerk dat gebaseerd is op het helpen van anderen met kennis, zodat je zelf financieel voordeel behaalt via concurrentie op tijd.

Zwaan Ipema – NP3 / Mobi
Zwaan Ipema is de drijvende kracht achter NP3 en Mobi. NP3 is een Groninger kunstinitiatief. Mobi is een tijdelijk en mobiel container pand voor NP3. Ze werkt samen met de Zwammerij om paddenstoelen te kweken op koffiedik. Volgens Zwaan is Mobi een tijdelijk stukje stad, bestaande uit 24 containers. Er worden mensen van verschillende vakgebieden, zoals kunst, cultuur en wetenschap bij elkaar gezet. Deze werken samen om projecten op te zetten waarbij duurzaamheid en milieuvriendelijkheid hoog in het vaandel staat. Eén van deze projecten is de Zwammerij. Hierin kweekt men oesterzwammen op koffiedik. De oesterzwammen worden verwerkt in oesterzwam bitterballen en verkocht. Daarnaast staat is er een plan om debatten op te zetten tussen wetenschappers.

De containers zijn in de winter tamelijk koud. Het zou een idee kunnen zijn om wollen panelen aan de binnenkant van containers te plaatsen. De isolerende werking van wol zou zich hier goed voor lenen. Normaal worden woningen en gebouwen van binnenuit geïsoleerd, het isolerende materiaal wordt weggestopt en heeft verder geen uiterlijke functie. Je zou ook juist de buitenkant van een huis of gebouw kunnen isoleren met wollen panelen aan de buitenkant van een huis of container. Wol verkleurt maar heel weinig, dit zou dus een optie kunnen zijn. Daarnaast zou je wol in de vloer, of op een terras kunnen verwerken. Het idee is om zo de groei van bijvoorbeeld onkruid tegen gaan.

Vervolg
Na de laatste spreker in het gesprek wordt er gepraat over de volgende stap. Marianne Duinkerken geeft aan graag in gesprek te gaan met de andere schakels. Er moet meer onderzoek gedaan worden naar mogelijkheden met wol in bijvoorbeeld de mode-industrie of in de bouw.

Zij zit op de lijn, dat het belangrijk is om kwalitatief hoogwaardige producten van heidewol te maken, zodat het een eigen merk wordt, en iets dat iedereen wil hebben. Deze iconen zorgen ervoor dat de andere producten ook aandacht krijgen en afname. Eileen Blackmore haalt aan, dat het voorbeeld dat Han Brezet naar voren bracht over Cork Design van Ana Mestra uit Lissabon, heel inspirerend is.

Anderen hebben andere ideeën, bijv. om in sociaal opzicht met wol te gaan werken. Zo zou je mensen met een verstandelijke beperking met wol kunnen laten werken, in sociale werkplaatsen. Zoiets zou mooi zijn, om wol bijv. op de kaart te zetten tijdens de ‘Culture Hoofdstad Leeuwarden’.

De ideeën flitsen langs elkaar heen. Ook komen er kritieken uit de zaal tegen de veronderstelling dat er geen enkele mechanisch-industriële schakel van de wolketen meer aanwezig is in Nederland. Het is waar, dat een groot deel van de keten er niet meer is, maar sommige aspecten blijken weer terug te zijn. Zowel in West-Friesland (Noord-Holland) als in Friesland blijkt er weer iemand bezig te zijn met machinaal kaarden – Bart Hoogeboom en Tanja Hendrickx van Kaarderij Wollust in Noordwolde zijn in de zaal aanwezig. Ook aanwezig is Jan de Graaf, die in Gieterveen het bedrijf Wolspinnerij heeft opgestart. Het is nog onduidelijk of zijn machines ook de grove heidewol aan kunnen, maar dat is toch heel interessant nieuws. Buitendien hebben twee dames in Amsterdam het initiatief genomen om weer mechanische breimachines in gebruik te nemen, waarmee machinaal kan worden gebreid. Bij die machines veroorzaakt het breken van het garen problemen die niet zo dramatisch zijn, als bij de geavanceerde, computergestuurde machines die bijv. in België bij Knit Office in bedrijf zijn.

Jan Jager ziet veel mogelijkheden liggen om de wol te gebruiken als versteviger bij het ontwikkelen van bio polymeren; dus juist in de combinatie met moderne materialen.

Het idee van Eileen Blackmore is, om wol verder te ontwikkelen als isolatiemateriaal, bijv. aan de buitenkant van panden. Zij wil met Zwaan Iepema van NP3 graag samen dat idee uitproberen op de container ateliers van NP3.nu.

De wolsector die wij willen uitbouwen is een kennis- en arbeidsintensieve sector. Er zijn daarin verschillende nichemarkten, die niet tegenover elkaar staan. Het laten leveren van arbeid via bezigheidstherapie is echter wel iets anders dan het inzetten op hooggekwalificeerde professionals op bijzondere design-ontwerpen. Als je op dat hoge segment wilt inzetten, dan moet je ook echt een bepaalde top willen bereiken. Daartoe moet er nog een wel heleboel kennis worden gebundeld.

Een belangrijke handicap voor de hele ontwikkeling in Nederland is, dat de kennis en kunde sterk is gefragmenteerd – en dat de topdesign markt heel klein is. Anderzijds moet er ook productievolume komen, om als sector voldoende kritische massa te hebben. Monica besluit dat er in dit project al veel kennis is gebundeld. Het is echter erg belangrijk om ook een vervolg te geven aan het project. Het materiaal en de theorie moet bij elkaar gebracht worden op allerlei niveaus van wetenschap tot creatieve ontwerpideeën en vakmanschap om tot nieuwe ontdekkingen en mogelijkheden te komen.